Als alles klaar staat wordt het laatste licht uitgedaan, enkel twee prikkende lichtjes van de geluidsinstallatie geven aan dat het niet helemaal donker is. Er klinkt muziek 'Inarticulate speech of the heart'. Van Morrison, en iemand die, net als hij, zichzelf aan het overtuigen is.
Ik voelde me altijd al meer een mysticus als een filosoof. Vanuit dat perspectief was Van iemand die bij me aansloot. Ik had wat muziek van hem, maar dat kwam niet echt veel verder als de bekende nummers. Toen ik voor het eerst 'When Heart is Open' te horen kreeg veranderde er iets fundamenteels waardoor ik verkocht was.
Het begin met blazers die een wijds landschap voor je ontvouwen, andere instrumenten die er schijnbaar zonder enige structuur doorheen fluisteren. Een neuriƫnde stem die begint als enkel een klank om je dan te vertellen dat, zodra je hart zich opent, je verandert zoals een bloem verandert die langzaam aan het ontluiken is.
Tekstueel was het niet spectaculair. Een man die zijn lief om zijn wandellaarzen vraagt omdat hij zin heeft om te gaan wandelen in de bossen. Het was het stamelen waarmee de vertolker zich ergens naartoe bracht, een puurheid van voelen, die in een werkelijkheid deed geloven. Een uitnodiging om op reis te gaan met als bagage de onderliggende caleidoscopische muziek.
Ergens halverwege het 15 minuten durende stuk ging het neuriƫn over in een geluid alsof een gewond dier op een heuvel zijn ziel uitbrult en werd ik als vanzelf meegevoerd naar mijn eigen ziel die aandacht behoefde. Iets vergelijkbaars had ik nog nooit gehoord.
Ondertussen wordt er in de duistere kamer een borrel ingeschonken, de geur van cognac, de flits van een aansteker, het opgloeien van een sigaret. Er wordt rondgelopen, gerookt, gedronken, gezongen, de muziek vormt een achtergrond voor het gekende en geeft die in de duisternis een nieuwe betekenis. Is dit enkel een luisteren of een gesprek in de stilte van de muziek?
Gordijnen worden opengetrokken, het maanlicht uitgenodigd, het magische licht begeleidt de tocht naar de ziel, de tocht terug naar de eigen ziel. Het afwerpen van de trivialiteiten die je in je dagelijkse bestaan dwarszitten.
Uren later voel ik me op een losse manier vermoeid, het was goede cognac. Er is iets van me af gevallen, wat is me niet duidelijk. Het dagelijkse leven is weer op de achtergrond gedrongen, leven is weer nu geworden. Magisch dat een avondje luisteren dat kan bewerkstelligen. Dat er een artiest bestaat, dat de manier die hij gekozen heeft om zich te manifesteren je zo aan kan spreken. 'And our souls were clean, and the grass didn't grow'
dinsdag 6 maart 2012
zaterdag 3 maart 2012
Zelfgesprek
'Je poten stevig op de grond houden, dat is waar het om draait', in zijn herinnering hoorde hij zijn vader mompelen toen duidelijk werd dat de aardappeloogst voor het tweede achtereenvolgende jaar mislukt was.
Als er iets was wat hem de laatste tijd niet lukte was het dat wel, steeds meer had hij het gevoel dat hij los kwam van zijn omgeving, niet meer verbonden was met de mensen en de activiteiten die elke dag weer door zijn handen gingen. In een poging iets van zichzelf terug te vinden wandelde hij naar het meer waar hij zich in zijn jeugd altijd gedragen wist door iets groters dan hij zelf was. In het afnemende licht zag hij het liggen. Het magische moment van de dag als de zon al onder is maar zijn gloed de hemel nog verlicht en zachter neerstroomt op aarde.
Aangekomen bleek het niet meer te werken; waar eerst een gevoel van opgenomen te zijn hem doortrok was er nu enkel sprake van een afstand. In plaats van het koelblauwe van de maan dat zacht langs de voorwerpen leek te strijken, hun vormen verdoezelde en de scherpte ervan weghaalde, was er een vijandigheid in het beschouwen ontstaan. De vuilwitte wolken die langs het grauwblauw van de avondlucht joegen maakten hem angstig. De verwondering over de fonkelende sterrenhemel boven hem had plaatsgemaakt voor een gevoel van onthechtheid, het alleen zijn in die immense leegte. In hem was enkel een stilte te vinden waarin hij noch de huidige wereld, noch die van zijn herinneringen, voelde weerklinken.
Als er iets was wat hem de laatste tijd niet lukte was het dat wel, steeds meer had hij het gevoel dat hij los kwam van zijn omgeving, niet meer verbonden was met de mensen en de activiteiten die elke dag weer door zijn handen gingen. In een poging iets van zichzelf terug te vinden wandelde hij naar het meer waar hij zich in zijn jeugd altijd gedragen wist door iets groters dan hij zelf was. In het afnemende licht zag hij het liggen. Het magische moment van de dag als de zon al onder is maar zijn gloed de hemel nog verlicht en zachter neerstroomt op aarde.
Aangekomen bleek het niet meer te werken; waar eerst een gevoel van opgenomen te zijn hem doortrok was er nu enkel sprake van een afstand. In plaats van het koelblauwe van de maan dat zacht langs de voorwerpen leek te strijken, hun vormen verdoezelde en de scherpte ervan weghaalde, was er een vijandigheid in het beschouwen ontstaan. De vuilwitte wolken die langs het grauwblauw van de avondlucht joegen maakten hem angstig. De verwondering over de fonkelende sterrenhemel boven hem had plaatsgemaakt voor een gevoel van onthechtheid, het alleen zijn in die immense leegte. In hem was enkel een stilte te vinden waarin hij noch de huidige wereld, noch die van zijn herinneringen, voelde weerklinken.
Abonneren op:
Posts (Atom)

