vrijdag 6 april 2012

Gesprekken in de stilte

Soms vraag ik me af of mijn gebrek, ik versta in een gezelschap enkel de mensen die direct tegen me praten, psychisch in plaats van lichamelijk is. Ik heb een hekel aan betekenisloosheid, aan de gesprekken waarbij de antwoorden al duidelijk zijn voordat je je vraag gesteld hebt.
Vooral in mijn vroege twintiger jaren toen al wat je voelde en dacht doortrokken was van een gevoel van absolute geldigheid, zat me dat behoorlijk dwars. Ik herinner me dat ik in die tijd eens in de middagpauze van mijn werk naar de kapper was geweest en op de terugweg een door mij gewaardeerde oudere collega tegenkwam. In het gesprek dat ontstond over mijn nieuwe kapsel kreeg ik door de voorspelbaarheid ervan het vreemde gevoel dat we beiden niet werkelijk waren maar een toneelstuk voor twee opvoerden.

Het komt gewoon door de misvatting dat een gesprek een doel is, terwijl het altijd een middel is, een voertuig.
Sommige gesprekken voer je omdat je jezelf verveelt, om de tijd te vullen, andere om jezelf te verduidelijken, wat trouwens nogal eens kan ontaarden in het overtuigen van de ander. Weer andere gesprekken voer je om een ander te krenken. En wat te denken van het gesprek dat je met iemand voert maar dat eigenlijk bedoeld is voor een derde die het gesprek zou kunnen volgen.
De mooiste, maar ook de pijnlijkste, gesprekken voer je in stilte..

Iedereen kent het schrijnende van de stille gesprekken die er zich in een ruzie voordoen. Ruzie waarbij niets gezegd wordt, het opgesloten zijn. Het gesprek dat je voert is een gesprek met jezelf.
Een kennis vertelde me over zijn vrouw, de avond na een feestje waarvan hij pas de volgende dag 's-morgens thuiskwam, dat hij de hele dag beeld van haar had, maar geen geluid.

Gesprekken in de stilte. De mooiere waarbij er eigenlijk niets meer gezegd hoeft te worden, waarbij het samenzijn eigenlijk al voldoende is. De tragischere waarbij je niet het idee hebt dat woorden iets duidelijker zouden kunnen maken, en dat is niet enkel bij een ruzie het geval.
Soms komt dat omdat de ander onbereikbaar geworden is, omdat die niet meer in leven is, of zich fysiek op een andere plaats bevindt. Dan is de stilte een gegeven, je kunt er niet omheen wat je ook probeert, het gesprek kan enkel binnenin jezelf plaatsvinden waarbij de echo van de gesprekspartner enkel bestaat in het fragmentarische van de herinneringen die je aan die persoon hebt.

Of een andere vorm; de onbereikbare liefde. De aantrekkingskracht die je, zonder dat dit werd uitgesproken, tussen je beiden constateert. Niet wilt dat het meer wordt dan een vriendschap maar dat je emoties het niet toelaten om op een goede manier tussen de klippen door te laveren. Nooit werd er daadwerkelijk over die liefde tussen je beiden gesproken hoewel ik steeds mijn best deed om zo dicht mogelijk bij dat gezegde te komen zonder het daadwerkelijk uit te spreken. Het zoet wrange van het onvervulde verlangen bezat een diepte en een grote tederheid, waaraan het in de vervulling ervan misschien zelfs had ontbroken.
De stilte van het onuitgesprokene werd me in dit geval gewoon teveel, elk wel gesproken woord bezat het gestotterde 'ik hou van jou' en werd erdoor verminkt. De moeite die mijn tong zich moest getroosten om juist die gestotterde zin naar de achtergrond in te slikken kon ik niet meer opbrengen.

Gelukkig zijn er ook mooiere zoals de collega waarmee ik in de zomer tussen de middag lunchte aan de rand van een kanaal dat dwars door de stad stroomde.
Het rare stel dat we vormden, hoe we samen op onze rug, in het lange gras langs het kanaal onze boterhammen opaten. Ik voel een glimlach als ik terugdenk aan hoe ze op het werk over ons geroddeld zullen hebben.. Ik die een kleed meebracht. Wij die naast elkaar in het gras lagen, zij leest een boek, ik rook en kijk rond. Er wordt niets gezegd, maar het feit dat we daar samen zitten was al meer dan gesprek genoeg. Hoe mooi het is om jong te zijn, nu lijkt dat voorbij, maar hoe komt dat dan toch?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten