woensdag 8 februari 2012

Van je af lachen

Als ik mijn stoel aanschuif priemen juist de eerste zonnestralen door de donkere wolken heen en doen de natte straat glimmend oplichten. Het schelle licht maakt alles rijker, zwaarder, doet pijn aan mijn ogen.

Ik maak het me gemakkelijk, mijn opgestoken hand wordt gezien door de ober bij wie ik een koffie bestel. Met een vriendelijke knik maakt hij duidelijk dat hij me begrepen heeft. Lusteloos slentert hij naar binnen waar ik hem door de schittering van de zon in het raam niet meer kan volgen. Als hij even later met mijn bestelling terugkeert betaal ik direct.

Een tafeltje voor me zitten twee vrouwen in een druk gesprek verwikkeld. Degene die ik in het gezicht zie spreekt haar vriendin met vooruitgestoken hoofd enthousiast toe. Een weerbarstige haarlok valt voor haar gezicht, wijst naar haar sprekende mond. De hand waarmee ze het haar telkens opnieuw vergeefs wegstrijkt lijkt haar eigen gezicht te strelen. Ze buigt zich nog verder voorover totdat hun hoofden elkaar bijna raken. Ik zie haar op een haast intieme manier glimlachen en vermoed een gedeeld geheim of een roddel. Dan als in een spasme werpt ze haar hoofd achterover en als aan een elastiek eenzelfde beweging voorwaarts vergezeld van een volle, lelijke, maar uitgelaten lach. Dit noem je dan, denk ik bij mezelf, van je af lachen.

Als ze wat gegeneerd rondkijkt, ontmoeten onze ogen elkaar. Na nog een laatste zijdelingse blik gaat ze resoluut rechtop zitten en vervolgt haar gesprek. Genoeg voor een herinnering, te weinig voor een ontmoeting.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten